
Kerfsnee aardewerk is een totaal ander produkt. Hierbij is de versiering voor het bakken in de nog vochtige klei (meestal witbakkend) uitgesneden met een mesje, nadat met een passer de indeling was gemaakt; door de klei geheel weg te snijden ontstond open snijwerk. Ook werden kleine cirkeltjes, losse puntjes en later aaneengesloten puntjes (d.m.v. een radertje) aangebracht. Tevens werd "oplegwerk" gemaakt, waarbij de klei rondom de voorstelling of letters een beetje werd weggesneden. De versieringsmotieven zijn verwant aan die bij houtsnijwerk.
Daarna vond het glazuren plaats (doorzichtig loodglazuur) in verschillende kleuren. Tot ongeveer 1900 enkelkleurig: groen, geel of bruin (soms een
kombinatie van kleuren); daarna veelkleurig met geel, groen, bruin en ook blauw.
Tot slot volgde het bakproces.
De kerfsnee-techniek is al vrij oud; stukken uit de middeleeuwen zijn bekend. Voorwerpen uit de 18de eeuw zijn schaars, doch in de loop van de 19de en 20ste eeuw kwam deze produktie in Friesland tot bloei. De produkten kwamen uit de bekende pottenbakkersplaatsen Workum (de Boer), Lemmer en Sneek (Stam, Dijkstra), maar ook uit Bolsward, Leeuwarden (Dorama) en rond 1950 Harlingen (De Lelie).
Het lemster snijwerk is bekend van de makers C. Steenstra en F. Hoekstra, die vanaf 1892 aktief waren. Uit de latere jaren tot de sluiting in 1928 valt het nogal fijn gesneden aardewerk op (soms ongeglazuurd) en de versiering met "haaievel", waarbij echt haaievel werd geïmiteerd.
De sneker produktie stopt rond 1925.
In Workum wordt nog steeds kerfsnee aardewerk gemaakt.
De produktie betrof aanvankelijk vooral gebruiksvoorwerpen, zoals testen, komforen, vergieten, theestoofjes, spaarvarkens, zeven-orenpotten, vazen, klokjes, bloempotten, tabakspotten, enz. Later ook meer siergoed (bijv. schoentjes, klompjes, sleetjes) en tenslotte veel souvenirgoed en herdenkingsschotels.
In het Harlinger Aardewerk Museum zijn ongeveer 125 stuks fries kerfsnee aardewerk aanwezig.