Het friese aardewerk in het Harlinger Aardewerk Museum is sinds 1960 verzameld door Minze van den Akker. De kollektie is inmiddels uitgegroeid tot één van de grootste kollekties op dit gebied, en geeft een vrij kompleet beeld van de friese produktie van beschilderd tinglazuur aardewerk, zoals dat in Harlingen, Makkum en Bolsward is vervaardigd. Daarnaast is nog een kleine kollektie kerfsnee aardewerk te zien. Dit is een typisch fries produkt, dat vooral na 1800 in Workum, Lemmer en Sneek is gemaakt.
Het gebruik van tinglazuur als ondergrond voor het beschilderen van aardewerk is afkomstig uit Perzië en heeft zich rond de Middellandse Zee verspreid. Vanuit Italië en Spanje heeft deze techniek in de loop van de 16de eeuw de Nederlanden bereikt: omstreeks 1500 reeds Antwerpen (Zuid-Nederland) en daarna noord-nederlandse steden als Middelburg, Rotterdam, Haarlem, Amsterdam, Delft en kort na 1600 ook Harlingen. De oude benamingen zijn plateel- of gleibakkerij, en plateel- of gleibakker.
In Harlingen stonden in de 17de eeuw tenminste vier grotere fabrieken, in de 18de en 19de eeuw nog drie, en in de 20ste eeuw restten de fabriek van Tjallingii (tot 1910) en die van Van Hulst (tot 1933). Deze drie fabrieken stonden aan de Raamstraat/hoek Schritsen, Zoutsloot/Noordijs en aan de Bolswardervaart/buiten de Kerkpoort en waren in het bezit van:
Raamstraat: Gunter, van der Pijp, Pytters en Grauda, Gelinde, Tjallingii.
Zoutsloot: van der Laan, Feytema, Tjallingii.
Bolswardervaart: Clasen, Sybeda, Spannenburg, van Hulst.
Sinds 1973 is er in Harlingen een nieuw bedrijf (Oswald).

In Makkum werd vanaf 1699 in de fabriek van Tichelaar tinglazuur aardewerk gemaakt (tot heden), terwijl de fabriek Kingma bestond van 1783-1812.
Tenslotte kende Bolsward een fabriek in de periode 1737-1800, dat werd opgericht door Hero de Jager, Joh. Tichelaar, Jan en Wybe Steensma. Dit bedrijf is bekend van het tegeltableau met een doorsnede van een gleibakkerij (zie hiernaast).
Maak een keuze:
terug naar boven